IMG_4773.jpgMijmeringen zijn meestal voorzien van een nostalgisch tintje en nostalgie heb je meer naarmate je ouder wordt. Je herinnert je vaag of misschien juist helder de momenten uit tijden die soms lang vervlogen zijn en fantasie doet de rest.

Zo ’n moment overkwam mij onlangs toen ik in de kou een duurloper ontwaarde ergens langs de Oude Maas. Die zijn er veel zult u zeggen, maar ik deel die mening niet helemaal. Vooral op de dag des Heren is er veel volk op de been om de doordeweekse ellende even opzij te schuiven. Het was geen jogger of iemand die zichzelf wijs heeft gemaakt het voor de gezondheid te doen, ook geen voetballer die denkt sneller te worden door een blokje om te gaan, daarvan gaan er dertien in een dozijn.

Een duurloper herken ik inmiddels wel met het grote aantal MiLa-dienstjaren die er op mijn conto staan. Wind op de kop, waterkoud dus thuis op de bank met een bakkie ben je een stuk beter af. De monotone  maar soepele tred, de stuurse blik met een zweem van zelfkastijding verried dat hij al de nodige kilometers op de teller had staan en niet alleen van deze dag.

Waarom doet iemand dat zichzelf aan? Het kan een stuk makkelijker, hiermee doel ik dan op het doorbrengen de zondagochtend. Wat zit erachter? Is het zijn schema? De gewoonte? Thuis niet gezellig genoeg? Rotterdam moet weer gelopen worden? Of misschien is hij gewoon niet goed snik.

‘Het verlangen’

Alweer zo ’n twee jaar geleden ben ik gestopt met mijn eigen trainingen waarbij lichamelijk ongemak de opmaat was voor de daaropvolgende periode, waarin ik telkenmale vooral zocht naar een aanvaardbaar excuus om ‘niet meer zo nodig te hoeven’.

Mij bekroop het verlangen naar de jaren dat ik die man langs de Grienden was. Een vorm van jaloezie borrelde op naar iets van mijzelf dat ik niet meer praktiseerde.

Thuisgekomen, maar eens in de oude doos gedoken en gespit naar wat er nog over was uit vroeger tijden. Veel was het niet meer, bij een aantal ruimingen zijn er hele stapels Atletiekwerelden, clubbladen en bergen Amerikaans loopleesvoer naar de gemeentestort gegaan. Wat plakboeken, knipsels en trainingsschriftjes had ik nog wel, gewoon met potlood ingevuld. Ambachtelijk van aard, simpel en zonder franje.

In de jaren zeventig maakte het lopen grote opgang. Zelf sloot ik toen een klein decennium af waarin ik deel uitmaakte van de groep jongeren op Puchjes die de gevestigde orde wel eens de les zou lezen, slapen op De Dam, drie dagen Kralingsebos met Pink Floyd en Santana. Ouders hadden het volkomen mis en de politiek bestond uit niet meer dan krijtstreeppakken en dikke sigaren. Rolling Stones en The Who lagen als heiligdommen op de pick-up en enig bandeloos gedrag met een snufje ruimtelijke beleving was mij niet vreemd.  Robert Jasper Grootveld en Roel van Duijn stonden aan het roer van het schip waar ik op meevoer.

‘De eerste duurloop’

Nadat er begin jaren zeventig vlotjes een gezin gesticht was en ik zowaar enig burgermans gedrag vertoonde, moet het 1975 geweest zijn dat ik sportiever werd. Inmiddels ook wat met vader  Bas meegefietst waarbij er een stevige vader-zoon rivaliteit was ontstaan, iets wat in huize Vrijhof ook bij de meest basale  familiebezigheden zoals sjoelen het geval al was. Rotterdam-Zuid, Ridderkerk, het Waaltje rond en met wat omwegen via de Schaapherderweg terug naar huis, was het vaste ritje. Dat moest ook hardlopend kunnen…! Pa had ik van dit voornemen op de hoogte gesteld.

Het was begin november, miezerregentje en een koud windje weerhielden mij er niet van om in singletje en korte broek op een avond de pakweg 30 kilometer aan te vangen vanaf de Groene Hilledijk op Zuid. Een tiental sinaasappels had ik in de uren daarvoor naar binnen gewerkt, vitaminen C dat zal wel helpen.  Ergens halverwege achter het Waaltje, het was daar aardedonker, voelde ik me eenzaam, leeg, dom en onoverwinnelijk tegelijk. De benen schreeuwden het uit! Vanaf dat moment moesten grenzen verlegd worden waarvan ik het bestaan niet wist. De sinaasappels heb ik daar in het grote niemandsland weer terug aan de natuur geschonken.

Op zo ’n kilometer of vijf van het einde kwamen twee koplampen mij tegemoet. Naast mij gekomen stopte de auto en werd het raampje opengedraaid. Het was mijn vader. Gaat het nog….  vroeg hij met een mengeling van trots en barmhartigheid in zijn stem. De aanblik van een zoon die dichtbij een ‘total meltdown’ zat, werd hem haast te machtig. Stap maar in opperde hij. Dat nooit dacht ik. Opgeven kwam niet in zijn woordenboek voor en dan zou ik,  nota bene als stamboomhouder een diepgewortelde gewoonte om zeep helpen. Enkele kilometers later probeerde hij het nog eens. Ik gaf niet op!

Thuisgekomen, ik woonde op Zuid tweehoog-achter, kon ik drie weken lang alleen in achterwaartse ganzenpas de lange trappen op naar mijn woning. De liefhebberij was geboren. Er zouden daarna nog heel veel duurlopen volgen.

Ontwikkelingen

Ik ging alles lezen wat los en vast zat, ik vrat het als het ware op. Het was natuurlijk een andere tijd. Hermens en Tebroke waren wereldtoppers. Aad Stijlen was bondscoach en liet met regelmaat de toenmalige selectie een duurloopje van 70 kilometer doen. Aan de Oude Maasloop deden nog 1100 lopers mee en op de Kerstloop 15 km Rhoon liepen 30 man binnen de vijftig minuten. Er was een breed veld marathonlopers van vaderlandse bodem die tussen pakweg 2.10u. en 2.14u. liep. Maar ook onze en mijn toenmalige trainer bij CAV Energie in die jaren, Hans van Kasteren, wereldtopper op de 100 kilometer wist van aanpakken. Een standaardprogramma was dan ook het doen van 20x300m. en vervolgens ging je nog eens voor een anderhalf uur de polder in. Wetenschap bestond uit Oost-Duitse literatuur en de methode Dr.  Ernst van Aaken. Verder werd een Pruisische inslag alom gewaardeerd. Wat je traint verbetert zich, zo lagen de zaken. Van lang en hard trainen ging je dus langer en  harder lopen….! Een aantal jaren van studie bracht andere waarheden aan het licht  en zorgde voor meer structuur in de aanpak die ik vooral aan anderen doceerde. Zelf mocht ik toch nog graag een rondje Rhoon gewoon lekker afraggen waarbij het chassis met regelmaat zwakker bleek dan de motor.

‘De Passie’

Op de  zondagochtend  7.00u. werd met een groepje de wekelijkse training van 27 kilometer gelopen. Rob Prooi, Gerard van de Berg, God hebbe hun ziel, Dick Blees, Arij Koedoot en Cees Knijn waren enkele namen. Van dik hout zaagt men planken, dat was zo ’n beetje onze trainingsmethode.

De  echte duurlopers van toen hebben dezelfde passie als de duurlopers van nu. Sjef Dikhooff  kwam je 35 jaar geleden al tegen in je lange duurlopen, er was dan een knik van her(er)kenning en je vervolgde je weg. Zonderlingen had je ook al. De Barendrechter Kees Meeuwsen alias ‘de dromer’  passeerde ik meerdere malen in de polder. Op een dag vroeg ik hem in het voorbijgaan naar zijn training. Opgetuigd met bidonnen en geluidsdragers liet hij dan desgevraagd weten dat hij er 78 kilometer op had zitten van de die dag geplande 85 kilometer duurloop en dat het lekker ging! Van verre wist je wie er aan kwam of waar je achter liep, iedereen had zijn eigen stijl.  Cor Hartsema de sjouwer, Adje Onnink lichtjes schommelend, had er meestal flink de sokken in en Harrie Heeke die alleen zijn onderbenen bewoog.

Later werd met de ‘Edelmannen’ , Martien, Martin en Erik een zondagmiddagloopje ingelast van een goed uur waarbij nooit boven de vier minuten per kilometer werd gelopen en het laatste duizendje moest rond of onder de drie minuten waarbij schrijver dezes dik het onderspit delfde. Begeleiden op de fiets van regionale lopers en triatleten leverden prachtige uren op waarbij hun weerbarstige geest en taaie lichaam een tweestrijd voerde om de winst.

Al mijmerend, half wegdromend bij de knipseltjes en trainingsschriftjes voelde ik de drang weer opkomen en liep ik met de ogen dicht weer zo ’n duurloop. Ik ben er nog steeds niet uit. Waarvoor en waarom?

De duurloper is iemand die zoekende is naar iets ongrijpbaars net als een muzikant dat kan zijn, vaak een leven lang. Een vorm van euforisch welzijn waarbij je het diepste uit jezelf naar boven laat komen of althans een poging daartoe onderneemt.

Uiteindelijk gaat het dus niet om die marathon, niet om het schema en niet om de gezondheid maar is het de behoefte om iets aan te raken wat niet te omschrijven is.

Mijn voorliefde en passie voor de duurloop, het zal altijd blijven. In het hoofd bepalen Neil Young, Leonard Cohen, Dylan, Ronnie Wood en Dave Matthews  al naar gelang de vlag erbij hing op zo ‘n dag, het tempo, het ritme en de emotionele lading. De grienden, de tempo-up en die laatste kilometer met de maaginhoud net onder controle, die drive zal nooit verdwijnen.

Voor wie het wat doet.

Herman Vrijhof