naamloos-29

Een race is een race als het een race is………..
Grofweg heb je twee soorten wedstrijden. De races waar je van plan bent heel hard te lopen of hoopt op een dik PR en de kampioenschapsraces. De eerste categorie kan zo ongeveer overal zijn, hazen, konijnen en schildpadden worden opgetrommeld om een race te regisseren. Meelopende ouders/coaches, buiten de race of zelfs in de race, op je inpratend waarbij ik mij afvraag op dat wel altijd zo verstandig is. Ook het jagen op PR tijden of limieten in een jaar van de grote toernooien is voor atleten, die daar vatbaar voor zijn, een tricky bezigheid. Het draagt een onzichtbaar risico met zich mee om vroegtijdig ‘over the hill’ te geraken met teveel starts en te weinig investeren. Dan is het handig om als coach de ‘Watch’ te gebruiken langs de baan en een ‘Stop’ te durven roepen als de emmer te vol raakt. Ook atleten die elke 100 meter van een 800 of 1500 op hun klokje kijken kunnen beter gaan schaken.

Bij de tweede categorie, de kampioenschapswedstrijden, interesseert de tijd mij als coach geen hol. Dit zijn de echte wedstrijden. Op een later toernooi zoals een NK, EK, WK of OS is pieken de kunst, en is willpower in combinatie met wedstrijd-intelligentie je sterkste wapen. Een eindtijd is een bijproduct. Het stoort mij dan ook mateloos als ik dat gemekker om mij heen zie en hoor over tijden op een kampioenschap. Op een C Spelen hoor ik ouders en coaches tussentijden doorschreeuwen waar het kind in kwestie alleen maar onzeker van wordt, afgeleid van zijn feitelijke taak en beroofd van het plezier, namelijk een lekkere race neerzetten, kicken op je laatste ronde en vooraan zien te eindigen.

Als Matthew Centrowitz Olympisch kampioen wordt op de 1500 meter dan zijn er nog velen die de 3.50.00 als blamage zien. Olympisch Goud van kop af, dat is wat hij flikte! Anderen visten achter het net of vergaten het voortouw te nemen. In een kampioenschapsrace heb je eigenlijk geen plan omdat er 100 scenarios mogelijk zijn en jij als atleet moet zorgen dat je 101 oplossingen paraat hebt.  Ja, je kunt als frontrunner je kansje wagen met een snelle opening of je gaat met 12 man na wat geboemel de laatste ronde in, iedereen fris dus bijna iedereen kan winnen.

Belangrijkste is dat je als atleet weet te improviseren en wel in een splitsecond. Reageren op positieveranderingen, nooit in paniek raakt, ook niet als je boxed in zit en altijd uitkijkt naar die weergaloze laatste ronde die jij van plan bent neer te zetten. Daarom is het bij jeugd belangrijk om wedstrijdintelligentie bij te brengen. Het heeft ook zoveel meer prettige kanten dan louter te gaan lopen scheuren op een eindtijd. Op een later toernooi heb je tijdens de race echt geen coach meer nodig, je bent dan je eigen coach.

Brons op C Spelen 1500 meter in ongekend sterk veld
Stan Schipperen wist afgelopen zaterdag dat hij minimaal podium moest lopen. Bleef dus bij de favorieten al ging het niet al te snel. De harde wind nodigde niet uit om er alleen op uit te trekken, al kan ik als coach genieten van wie dat wel aandurft. Dus alle lof voor Jesse Fokkenrood(Atverni) en Norbert Weijenberg(Spado) die dat wel deden, maakt de wedstrijd leuk! (Norbert ook voor de interland geplaatst door vette winst op de steeple een dag later).

Dan zie je in de voorlaatste ronde en zeker van 1000 naar 1100 dat je ogen en oren rondom aan je hoofd moet hebben als atleet om min of meer gunstig in positie te zijn bij de bel -zie foto- zodat het feestje kan beginnen. Stan deed dat prima in een veld waar heel veel -van origine- Afrikaans talent hem het vuur aan de schenen legde. We gaan de komende jaren in kwaliteit en in kwantiteit veranderingen zien. Het is te hopen dat met name de KNAU hier ‘talentherkenning’ boven ‘talentselectie’ weet te plaatsen.

Stan is de 7e Mila uit het ERT die mag opdraven in de C Interland.

Herman Vrijhof